Open brief over waarom we iemand als David Grossman moeten beluisteren

Voorbije dinsdag was David Grossman in het land, een schrijver die ik ten diepste bewonder. Zijn komst bracht in bepaalde middens commotie teweeg. Een Israëliër een platform geven, kan dat wel? Ja, vind ik, sterker nog, we zouden het nog veel vaker moeten doen. Waarom? Daarover schreef ik deze open brief als antwoord op de open brief van Lieven De Cauter aan David Grossman:

Geachte heer De Cauter,

Op dinsdag 8 december bracht de Israëlische schrijver David Grossman een bezoek aan ons land, een bezoek dat –financieel en organisatorisch- mogelijk werd gemaakt door het Studium Generale van HoGent, waar hij die avond in gesprek ging met Sigrid Bousset. Het was zoals steeds wanneer hij in het land is een bijzonder groot privilege om deze man, die niet alleen een groot schrijver is maar ook iemand met een zeer grote persoonlijke integriteit, te horen spreken.

In de context van dit bezoek ontstond commotie in de kringen van mensen die een culturele boycot van Israël een geschikte manier vinden om hun, zeer terechte, afkeur tegenover de politiek van de Israëlische regering vorm te geven. Daarmee lijken deze mensen verder te gaan dan de princiepsverklaring van de Belgian Campaign for an Academic and Cultural Boycott of Israël (BACBI), die handelt over het boycotten van Israëlische instituten, niet van individuele academici en kunstenaars.

U woonde het lunchgesprek met David Grossman bij in Passa Porta. In uw open brief aan de schrijver, nog diezelfde dag gepubliceerd in De Wereld Morgen, schrijft u vol lof over de mooie en wijze woorden die u Grossman hoorde spreken en u getuigt van het gevoel van treurnis waarmee u na dat gesprek vertrok.

Die treurnis hoeft niet te verwonderen na een gesprek dat ook, hoe kan het anders, ging over de Midden-Oostenproblematiek, verwoord door een man die over deze problematiek vertelt van binnenuit, vanuit het standpunt van de gewone burger. Wat mij verwondert is waaraan u precies die treurnis toeschrijft. Lees verder op MO*.be

Manja, een boek dat je de adem beneemt

Deze namiddag had ik de eer om de herontdekte klassieker Manja, de vriendschap van vijf kinderen te pitchen op het Schwobfest in Brussel. Omdat het warm was en het kristallen klokje van presentatrice Katrijn Van Bouwel veel vroeger dan ik verwacht had rinkelde  hier de hele lofzang. Voor wie nog op zoek is naar beklijvende zomerlectuur.

Op een muurtje bij de ruïne van een huis, op een helling bij een rivier in een niet nader genoemde stad in Duitsland, zitten vier jongens. Aan de overkant van de rivier de fabrieken, huizen, de kerktoren, de skyline van de stad, waar je op zomeravonden de zon kon zien ondergaan. Maar het is een herfstdag nu, het is bewolkt en donker. Al vier jaar lang komen de kinderen hier elke woensdag en zaterdagavond naar toe. Het is een oase in een moeilijke wereld, een oase waar ze die wereld met hun spel en verbeelding kunnen buitenhouden.

Al die andere keren was er ook een meisje bij. Manja. Het meisje dat hen allemaal bij elkaar hield, het meisje dat de betovering in hun dagen wist te houden nadat je zoiets al lang niet meer voor mogelijk hield. Vandaag is het meisje er niet, maar aan de tak van een berkje bij de muur waarop de jongens zitten is haar zakdoek vastgeknoopt, uitgerafeld door de wind.

Dit is het begin van Manja, De vriendschap van Vijf kinderen. Een begin dat eigenlijk het einde is. Als lezer weet je meteen dat er iets ingrijpend is gebeurd, al heb je er nog geen idee van wat.

In het eerste hoofdstuk van de roman, worden al die kinderen verwekt. Bijzonder toch, voor een boek dat eind de jaren dertig van de vorige eeuw verscheen en dat geschreven is door een jonge vrouw:  het boek begint met bedscènes.  De kinderen worden verwekt uit gewoonte, uit haat, uit onverschilligheid, sommige ook echt uit liefde en Manja, Manja die wordt verwekt bij twee mensen die elkaar nog maar pas ontmoet hebben, tijdens een concert van Das Lied van der Erde van Gustav Mahler. Manja wordt verwekt bij twee mensen die heel even diepe troost en ontroering  gevonden hebben in de schoonheid van muziek.

Vervolgens duikt het boek afwisselend het ene en dan weer het andere gezin in. Lees verder

‘Schrijven is kiezen voor het leven.’

‘Verhalen zijn helaas niet bulletproof’, zegt David Grossman stilletjes. ‘Ik heb gedaan wat ik kon.’ Het is een van de vele beklijvende momenten tijdens het gesprek met de auteur in een volle studio 4 in Flagey, afgelopen dinsdag. Een impressie.

‘Is het wel verantwoord om je kinderen op te voeden tot gevoelige, open mensen met vertrouwen, als ze moeten opgroeien in een harde realiteit als die van Israël? Het is een vraag die mijn vrouw en ik ons vaak gesteld hebben’, vertelt David Grossman ergens midden in het vraaggesprek. ‘En het antwoord was altijd: ja. Want anders zijn we echt verloren, dan heeft de oorlog ons echt verpletterd.’ De Israëlische schrijver was in Flagey te gast in de reeks ‘Het Europa van de schrijvers’,  naar aanleiding van de Franse vertaling, bij éditions Seuil, van zijn roman Een vrouw op de vlucht voor een bericht. Het Beschrijf was mede-organisator, journalisten Jacques de Decker en Kerenn Elkaïm stelden de vragen. Dat David Grossman zelf een open en gevoelige man is lijdt geen twijfel. Lees verder