Manja, een boek dat je de adem beneemt

Deze namiddag had ik de eer om de herontdekte klassieker Manja, de vriendschap van vijf kinderen te pitchen op het Schwobfest in Brussel. Omdat het warm was en het kristallen klokje van presentatrice Katrijn Van Bouwel veel vroeger dan ik verwacht had rinkelde  hier de hele lofzang. Voor wie nog op zoek is naar beklijvende zomerlectuur.

Op een muurtje bij de ruïne van een huis, op een helling bij een rivier in een niet nader genoemde stad in Duitsland, zitten vier jongens. Aan de overkant van de rivier de fabrieken, huizen, de kerktoren, de skyline van de stad, waar je op zomeravonden de zon kon zien ondergaan. Maar het is een herfstdag nu, het is bewolkt en donker. Al vier jaar lang komen de kinderen hier elke woensdag en zaterdagavond naar toe. Het is een oase in een moeilijke wereld, een oase waar ze die wereld met hun spel en verbeelding kunnen buitenhouden.

Al die andere keren was er ook een meisje bij. Manja. Het meisje dat hen allemaal bij elkaar hield, het meisje dat de betovering in hun dagen wist te houden nadat je zoiets al lang niet meer voor mogelijk hield. Vandaag is het meisje er niet, maar aan de tak van een berkje bij de muur waarop de jongens zitten is haar zakdoek vastgeknoopt, uitgerafeld door de wind.

Dit is het begin van Manja, De vriendschap van Vijf kinderen. Een begin dat eigenlijk het einde is. Als lezer weet je meteen dat er iets ingrijpend is gebeurd, al heb je er nog geen idee van wat.

In het eerste hoofdstuk van de roman, worden al die kinderen verwekt. Bijzonder toch, voor een boek dat eind de jaren dertig van de vorige eeuw verscheen en dat geschreven is door een jonge vrouw:  het boek begint met bedscènes.  De kinderen worden verwekt uit gewoonte, uit haat, uit onverschilligheid, sommige ook echt uit liefde en Manja, Manja die wordt verwekt bij twee mensen die elkaar nog maar pas ontmoet hebben, tijdens een concert van Das Lied van der Erde van Gustav Mahler. Manja wordt verwekt bij twee mensen die heel even diepe troost en ontroering  gevonden hebben in de schoonheid van muziek.

Vervolgens duikt het boek afwisselend het ene en dan weer het andere gezin in. Als een soort Bold-and-beautiful avant la lettre, volg je het reilen en zeilen in al die gezinnen. Alleen gaat dit boek niet over liefde en macht in een oppervlakkige modewereld, maar over liefde, macht en vooral overleven in het Duitsland van de jaren 20. Een Duitsland dat letterlijk en figuurlijk verminkt is door de oorlog en de nederlaag. Een Duitsland waar de inflatie zo hoog is dat iedereen miljonair is, maar waar je met die miljoenen geen brood kan kopen. Een Duitsland waar mensen zich proberen recht te houden door zich beter te voelen dan de mensen die nog armer en nog banger zijn dan zij.

De vijf kinderen groeien op in gezinnen, bij vaders vooral, die symbool staan voor de verschillende bevolkingscategorieën die in deze wereld naast elkaar leven. De ene is communist, de andere nazi, er is een pacifistische dokter en er is een rijke joodse industrieel die hoopt dat zijn geld zijn redding zal zijn. En er is Manja, die opgroeit in een pools-joods gezin, bij een moeder met een drankprobleem en een foute manier om haar brood te verdienen, het uitschot quoi, waar iedereen zonder al te veel scrupules op kan spuwen.

Bij zo’n opzet is het risico groot dat je stereotypen krijgt, bordkartonnen personages die alleen maar betekenis hebben door datgene waar ze voor staan. Maar niet bij Anna Gmeyner. Ook al zijn de personages in Manja prototypes, ze zijn al meteen ook mensen van vlees en bloed. Ze vrijen, ze drinken, ze zijn onzeker. En er zijn de kinderen. De personages moeten zich tot de kinderen verhouden en dat weet iedereen: als  het met kinderen te maken heeft gaat het gemoed snel overstag. En vaak, in de allerbeste soaptraditie, rukt het boek ons weg uit een gezin net op het punt dat we heel erg bekommerd zijn om zo’n kind. Overleeft de baby het? Overleeft de vader het? Zal het jongetje een stommiteit begaan die zijn leven kan kosten. Meer dan eens zijn de kinderen de cliffhangers.

Ik moet u nu iets vertellen over de historiek van dit boek. Anna Gmeyner schreef het toen ze als banneling in Londen woonde. Gmeyner was een toneelauteur, en dit was haar eerste roman. Ze was 36 toen het boek uitkwam, bij Querido in Amsterdam, eerst in de Duitse versie. En dit is het opmerkelijke: het boek verscheen in 1938. Het beschrijft de voorgeschiedenis van het Derde Rijk. De oorlog is nog niet eens uitgebroken, maar alles staat er al in. Dat is het ontstellende aan dit boek: dat alle mechanismen die de gruwelijke machine van de holocaust in gang hebben gezet hier al haarfijn staan beschreven.

Een nachtelijke parade van bruinhemden in de straat, en hoe mensen angstig wegduiken in hun huizen. Hoe ze hun ogen sluiten en de handen op hun oren leggen als ’s nachts een man naar de bosjes wordt meegesleurd om er niet meer levend vandaan te komen. Hoe onderwijs en rechtspraak en het hele maatschappelijke bestel stilletjes aan bevolkt wordend door bruinhemden en hoe iedereen die niet in de pas loopt rechteloos is geworden, niet alleen de joden, ook het jongetje dat weigert om van zijn schoolopstel een lofzang op de oorlog te maken. Het is er allemaal al, in al zijn gruwelijkheid in een boek dat verscheen nog voor de tweede wereldoorlog uitbrak.

De Israëlische schrijver David Grossman zei onlangs in een televisie-interview: het is goed om je in die mensen in te leven. In al die mensen. Om je af te vragen hoe je zou reageren als je aan de kant stond van degenen die bij machte waren iets te doen. Om je af te vragen hoe het zou zijn als je in de verkeerde groep geboren zou worden. Hoe je het aan boord zou leggen om toch in waardigheid te leven. Het boek Manja helpt je om je dat zo goed mogelijk voor te stellen.

Het personage Manja, het meest kwetsbare van alle personages in het boek, is tegelijk het krachtigste, het mooiste. Zij focust zich op schoonheid en de verbeelding om de moeilijke tijd te doorstaan. Op een gegeven moment wijst ze haar vriendjes op het sterrenbeeld Cassiopeia: vijf sterren, het symbool voor hun vriendschap. Zij, Manja, in het midden, rond haar de jongens. De sterren, die altijd aan de hemel staan ook al zijn ze door wolken aan het zicht onttrokken, zullen over hen waken. Dat hoop je.

Dit boek is een medicijn, en net als een medicijn is het bittere pil met een zoete rand om. Het boek is een net ook, waar je eerst nog wat achteloos in kan rondzwemmen, maar dat zich gaandeweg om je heen spant tot je niet meer weg kan en alleen nog maar verder kan lezen, tot aan de slotscène van het boek die de pakkendste is die ik ooit heb gelezen.

Dit boek leerde me dat je je lot niet kan kiezen.  Maar dat je wel kan kiezen wat hetgene is waar je naar verlangt, en dus wat het is dat je leven ondanks alles de moeite waard kan maken.

Advertenties

Het woord aan jou

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s